Foto: Jeroen Bootsman

Muizenissen

Gedicht van Joop Tessers

U heeft in de krant kunnen lezen,
we moeten een muizenplaag vrezen.
Muizen komen zo'n snertwinter door.
Daar zorgt de temperatuur wel voor.

Als je 's nachts probeert lekker te slapen
en je hoort muizen met hun pootjes schrapen.
Je sluit deuren met duizenden sleutels,
vind je toch hier en daar muizenkeutels.

Ik heb eens, dat mag u wel weten,
lang achter een muis aangezeten.
Die was voor 't begin van de nacht
door onze poes binnen gebracht.

Of het nu een man, poes, of vos is.
In een huis of ergens in een bos is.
Zolang de muis kan blijft hij rennen,
voor hij wis en zeker de klos is.

Poes kende de weg in ons huis wel
en hield erg van dat kat-en-muisspel.
Soms rustte de muis, dat is logisch,
in een hoekje met betraande ogies.

Noch muis, noch poes had in de smiezen
dat door mij onze poes zou verliezen.
Want, dat ging me toen door mijn gedachten,
hier stond muis iets heel vreselijks te wachten.

Hij was beter af in mijn warme handen,
dan tussen die moordenaarstanden.
Helaas kreeg ik muis niet te pakken
en de poes liet toen ook de moed zakken.

Lang bleef ik nog in de kamer zitten.
Toen de poes op de bank lag te pitten,
zette ik de achterdeur op een kiertje.
Pakweg na een uur en 'n kwartiertje,

zag ik plots supermuis weer verschijnen
en in no time langs de deur verdwijnen.
Of de poes het al gauw was vergeten,
dat kwam ik natuurlijk niet te weten.

Zij heeft nooit meer een muisje gevangen.
Bij ons thuis kreeg zij toch genoeg eten.

Shopbox

Meer berichten