In de Grote Hoef, een zijstraatje van de Dorpsstraat, woonden vroeger veel vlasarbeiders.
In de Grote Hoef, een zijstraatje van de Dorpsstraat, woonden vroeger veel vlasarbeiders. (Foto: )

De Vlascultuur VI Ambachtse Vertellingen aflevering 121

Door: Arie Verhoeven, Historisch Genootschap H.I. Ambacht

Over de vroegere vlascultuur in ons dorp valt veel te vertellen. We verkeren in de gelukkige omstandigheid dat er, o.m. vanuit wetenschappelijke hoek, enkele belangwekkende studies zijn verricht naar het leven en werk van onze vlasarbeiders, die zo'n groot deel van de Ambachtse bevolking uitmaakten. Op een bevolking van 2230 inwoners in 1861 werkten ca 600 mensen in het vlas. Dus meer dan een kwart van de bevolking!

H.I. AMBACHT - In dit artikel wil ik vooral aandacht vragen voor de gezondheid van de vlasarbeiders. De vlascultuur trok een grote wissel op hun gezondheid. Op de onhygiënische omstandigheden tijdens het wieden en trekken van het vlas o.a. in de Haarlemmermeer, heb ik in een vorig artikel al gewezen. Maar vooral het roten, het braken en het zwingelen waren een regelrechte bedreiging voor de gezondheid. Het roten (het rottingsproces) had plaats in sloten en vooral in de Waal. In de maanden augustus en september stonk het water, waarop velen waren aangewezen als drinkwater. Verversen zou de kwaliteit van het drinkwater ten goede komen, maar de boeren, veelal lid van het polderbestuur, hielden dit tegen omdat het ongunstig was voor het rottingsproces van het vlas. Er bleek een duidelijke relatie tussen de kwaliteit van het drinkwater en besmettelijke ziekten als cholera, tyfus en dysenterie. Bij het braken en het zwingelen kwam veel stof vrij. Het braken gebeurde in bouwsels, braakhokken geheten en het zwingelen in zwingelketen. De vlaswerkers werken er de hele dag in dikke wolken stof. Hoewel de zwingelketen luiken hadden, die geopend konden worden, hield men die 's winters dicht in verband met de kou. De werkdag was nog nauwelijks begonnen of de arbeiders (mannen, vrouwen en kinderen vanaf circa 12 jaar) konden elkaar nauwelijks meer zien. De keel 'smeren' deed men veel met sterke drank. Begrijpelijk dat velen klaagden over problemen met hun ademhaling en borstklachten. Men was vroeg oud. Zij onderscheidden zich door een slechte lichaamsconditie. "Mannen van dertigjarige ouderdom hebben een voorkomen van grijsaards, bleke kleur en beklemde ademhaling. Bij de keuringen voor de militaire dienst bleken de vlasarbeiders dooreen genomen kleiner dan andere lotelingen." De sterftestatistieken waren in de tweede helft van de 19e opvallend hoog. In de jaren 50/60 was deze in ons dorp 1:25 zielen. In Zwijndrecht wat die in die tijd 1:31 zielen. Ook de zuigelingensterfte was groot. Over de gezondheid van de vrouwelijke vlasarbeiders de volgende keer nog iets.

Wilt u reageren? Neem dan contact op met Arie Verhoeven via 06-22130438 of stuur een mail naar hiaverhoeven@kliksafe.nl.

Shopbox

Meer berichten