De Waal met rechts hekken, die dienden voor het roten van het vlas.
De Waal met rechts hekken, die dienden voor het roten van het vlas. (Foto: )

Ambachtse Vertellinge: De Vlascultuur V

Door: Arie Verhoeven

Na de eerdere vertellingen over de vlascultuur in ons dorp wordt het de hoogste tijd u iets te vertellen hoe het vlas vroeger bewerkt werd tot een verhandelbaar product, geschikt voor de linnenindustrie. Vlas wordt hoofdzakelijk geteeld voor de binnenste vezels van de vlasstengel. Als het vlas in juli voldoende rijp was werd het geoogst. De stengels werden met de hand uit de grond getrokken. Het werd op het land enige tijd te drogen gezet. Daarna werd het naar de boerderij gereden. Als het vlas van elders kwam werd het veelal via de Oostendamse haven aangevoerd. Eenmaal op de boerderij werd het vlas tot schranken samengebonden en tot schelven samengevoegd om te drogen. Hierna begon het repelen. Het vlas werd door een soort houten kam met scherpe tanden (een reep) getrokken, waardoor de zaadbollen los kwamen van de stengels. De zaadbollen werden verwerkt tot lijnzaadolie. Ook werden er lijnkoeken van gemaakt, die dienden als veevoer.

Vlasvlotten

De vlasstengels werden, veelal door vrouwen, samengebonden tot booten (bossen). Van die booten maakte men in sloten en in de Waal zogenoemde vlasvlotten. Met modder werden deze verzwaard, zodat ze geheel onder water kwamen. In het water werd een rottingsproces op gang gebracht, dat roten werd genoemd. Het doel hiervan was dat de harde buitenste vlasstengel los kwam van de kern, de vezel. Als het vlas voldoende 'gaar' was (na 10 tot 14 dagen) werd alles uit het water gehaald en op het land te drogen gelegd.

Ongezond

Vervolgens kwam in de wintertijd het ongezondste werk. Eerst werd het gedroogde vlas gebraakt (gebroken). Dit breken deed men met een braakplank of –stok. De stengels werden daarmee stuk gemaakt. Bij dit karwei kwam veel kaf vrij, afkomstig van de gedroogde buitenste vezels, vermengd met de achtergebleven resten van de gedroogde modder. Een andere keer hoop ik u te vertellen wat de effecten van dit werk waren op de gezondheid van de vlasarbeiders.

Handwerk

De volgende fase in het proces was al even ongezond. Het betreft het zwingelen. Dit gebeurde in speciaal ingerichte ruimten, zwingelketen genoemd. De vlasarbeider hield een bos gebraakt vlas boven in de sleuf van een zwingelplank vast. Dat was een staande plank met een gleuf in de bovenste rand. Met een stok sloeg hij het droge omhulsel van de vlasvezel af. Ook dit ging met veel stof gepaard. Daarna werden de vlasvezels nog met een kam of mes schoon gekrabd. Rond de vorige eeuwwisseling werden verschillende fasen in dit proces gemechaniseerd, maar lange tijd was dit handwerk, waarbij mannen, vrouwen en oudere kinderen werden ingeschakeld. Uiteindelijk werd het schone vlas verpakt in pakken van 2,8 kg. Zo'n pak noemde men een steen. Het verpakte vlas ging vervolgens op transport naar de vlasmarkten van Dordrecht of Rotterdam om daar verhandeld te worden.

Wij hopen over enige tijd in de nieuwe Brommert iets meer te kunnen laten zien over de vlascultuur, die zo verweven is geweest met de geschiedenis van ons dorp. Zijn er lezers die nog oude gebruiksvoorwerpen hebben over de vlascultuur. Misschien wilt u die ons in bruikleen geven om daar een expositie aan te wijden. U kunt contact opnemen met ondergetekende via 06-22130438 of hiaverhoeven@kliksafe.nl.

Shopbox

Meer berichten