Enkele vlaswerkers aan het werk in de Achterambachtseweg.
Enkele vlaswerkers aan het werk in de Achterambachtseweg. (Foto: )

De Vlascultuur I

Op deze foto zien we enkele vlaswerkers aan het werk. De foto is genomen in de Achterambachtseweg.

Door Arie Verhoeven

Op de achtergrond staan de arbeidershuisjes van Schutterswei, waar ik onlangs over schreef. Die huisjes moesten in 1942 worden afgebroken op last van de Duitsers. Het vlasland dat we hier zien maakt tegenwoordig deel uit van het recreatiegebied De Sandeling. Het vlas wordt in bossen gezet - schranken genoemd - om de stengels de laten drogen. De interessante foto biedt me de gelegenheid om iets te vertellen over de vlascultuur.

Vlas was in vroegere eeuwen een belangrijke grondstof voor de textielnijverheid. Het werd voornamelijk gebruikt voor de fabricage van linnen. Linnen wordt tegenwoordig weinig meer gebruikt, sinds de opkomst van katoen en synthetische vezels. Voordat het vlas geschikt was om gesponnen en geweven te worden ging er een uitgebreid proces aan vooraf. De voorbereiding en verwerking begon in het najaar en nam een groot deel van de winter in beslag. Deze werkzaamheden hadden vooral plaats op de Zuid-Hollandse eilanden, met name Ambacht en in Ridderkerk (Rijsoord) stonden er om bekend.

Al in het midden van de zeventiende eeuw was er sprake van vlasteelt en –bewerking in Ambacht. De jaarlijks benodigde hoeveelheid voorbewerkt vlas was zo groot dat dit onmogelijk lokaal verbouwd kon worden. Men moet daarbij bedenken dat dat men bij voorkeur slechts één keer in de zeven jaar op een bepaald perceel vlas teelde. De wisselbouw verminderde de kans op plantenziekten. Vlasteelt was aanvankelijk een onderdeel van het boerenbedrijf. Pas later ontstond een specialisatie in vlas en kwam de uitdrukking 'vlasboer' in gebruik.

Om aan de vraag naar vlas zoveel mogelijk te voldoen pachtten de vlasboeren ook land elders, o.a. in West-Brabant, Zeeland (Zeeuws Vlaanderen) , Groningen, Friesland en na de drooglegging van die polder in 1850, vooral in de Haarlemmermeer. De boeren lieten hun Ambachts personeel elders het land bewerken. Zij gingen een week of zes daar naar toe. De baas zorgde ervoor dat ze onderdak kregen bij één van de boeren daar. Van dit onderdak moet men zich niet zoveel voorstellen. Meestal een tochtige keet of schuur die zo goed en kwaad als het ging als onderkomen werd ingericht. Van hygiëne moest men zich niet zoveel voorstellen.

Volgende keer wil ik iets vertellen over de verwerking van het vlas tot linnen. Wilt u reageren? Mail naar hiaverhoeven@kliksafe.nl of bel 06-22130438.

Shopbox

Meer berichten